Bouwsteen 5
Inzicht in kwaliteit
Over de bouwsteen
Systematisch werken aan de kwaliteit van zorg is een belangrijke voorwaarde voor het maken van beleid over goede zorg. Door kwaliteit te monitoren wordt zichtbaar waar bijsturing of ontwikkeling nodig is. Transparantie hierover is niet alleen van waarde voor de organisatie zelf, maar ook voor cliënten en naasten. Daarnaast dient dit als onderbouwing voor bijvoorbeeld zorginkoop en toezicht. Dit vraagt om duidelijke kaders, betrouwbare informatie en een aanpak die teams ondersteunt in het dagelijks werk. Marente heeft het afgelopen jaar verschillende stappen gezet om deze basis te versterken. In deze bouwsteen laten we zien hoe we dit hebben gedaan, wat dit betekent voor cliënten en naasten en waar we nog verder op kunnen doorontwikkelen.
Toekomstbestendig kwaliteitsbeleid
Het kwaliteitsbeleid van Marente, gebaseerd op de kwaliteitskaders, heeft zich de afgelopen jaren bewezen. Maar het sloot het niet meer goed aan bij het nieuwe Generiek Kompas en bij de manier van werken die we binnen Marente voor ogen hebben. Daarom zijn we gestart met het ontwerpen van een nieuwe methode om onze kwaliteit te toetsen. Dit hebben opgenomen in ons kwaliteitsbeleid. We hebben dit voorbereid in verschillende bijeenkomsten, met actieve inbreng van medewerkers, ondersteunende diensten, management, medezeggenschap en toezichtsorganen.
Begin 2025 hebben we een Delphi-studie afgerond waarin we ruim 900 zorginhoudelijke richtlijnen hebben teruggebracht naar 37 kernthema’s. Deze thema's zijn uitgewerkt in heldere B1-taal en vormden de basis voor een nieuwe assessmenttool en dashboard. Tegelijkertijd werkten we het nieuwe kwaliteitsbeleid en de bijbehorende werkwijzen uit. Alle instemmingsorganen hebben het beleid en de nieuwe werkwijze bekrachtigd en deze zijn ook toegelicht aan de IGJ.
We hebben het kwaliteitsinstrument gepilot in drie hospices en op één intramurale locatie. Daarnaast hebben we oriënterende en planningsgesprekken gevoerd om de invoering te verbreden, zowel intramuraal, als binnen Zorg Thuis en digitale zorg. Komend jaar voeren we de werkwijze gefaseerd in binnen de hele organisatie en evalueren we tussentijds of we het beoogde effect bereiken. We werken daarbij met een implementatie- en evaluatieblauwdruk die we na elke locatie of regio bijstellen, zodat leerervaringen uit de praktijk direct worden verwerkt in de verdere uitrol.
Ook starten we een traject om de afstemming met belangrijke ketenpartners goed te blijven onderhouden, zoals de IGJ, zorgverzekeraars, collega-organisaties en de branchevereniging.
Veiligheidsindicatoren
De meldsystemen geven ons inzicht in veiligheid, maar werken alleen goed als we ze op dezelfde manier gebruiken. We hebben bekeken of het stoppen met zzp’ers invloed had op het aantal MIC-meldingen (meldingen van incidenten in de zorg), maar dat bleek niet zo te zijn. Ook zagen we dat meldingen vaak onder de verzamelcategorie ‘anders’ werden ingevuld. Dit maakt het lastiger om goed te leren van wat er gebeurt en daarom hebben we het MIC-formulier aangepast. Medewerkers kunnen nu beter aangeven waar een melding over gaat, waardoor de optie ‘anders’ minder vaak nodig is.
Het stimuleren van meldingsbereidheid blijft een belangrijk aandachtspunt. Bij MIM (Melding Incident Medewerker) kwamen meldingen vaak voort uit agressie, geweld of ongewenst gedrag, meestal gerelateerd aan cliënten. Tegelijkertijd bleek dat een deel van deze meldingen ook onder MIC had kunnen vallen, wat laat zien dat het onderscheid tussen beide meldingstypen in de praktijk niet altijd duidelijk is. Om correct melden te ondersteunen, is het MIM-formulier aangepast en is via communicatie extra aandacht besteed aan het verschil tussen MIC en MIM. Deze aanpassingen helpen signalen beter te duiden en gerichter te sturen.
Kwaliteit dichter bij de praktijk en minder regeldruk
Mara Jongeneelen, adviseur kwaliteit: Om kwaliteit weer dichter bij de praktijk te brengen en regeldruk te verminderen, werkte Marente in 2024 en 2025 aan een nieuwe, eenvoudiger kwaliteitsaanpak. In samenwerking met Parnas werd een brede analyse gedaan van wet- en regelgeving, richtlijnen en kwaliteitskaders. Via een Delphistudie met zorgprofessionals, cliëntenvertegenwoordigers, beleidsmakers en zorgverzekeraars werd deze informatie aangescherpt en teruggebracht tot een overzichtelijke set van 37 kernthema’s die de essentie van goede zorg weergeven.
“De hoeveelheid regels en richtlijnen in de zorg is enorm. Met de Delphistudie wilden we terug naar de kern: wat vinden professionals en andere betrokkenen écht belangrijk voor goede zorg? Door meerdere rondes van reflectie ontstond steeds meer scherpte en overeenstemming. Uiteindelijk konden we de complexiteit terugbrengen tot een compacte set kernthema’s die teams helpt om kwaliteit te verbeteren zonder te verdwalen in alle regels.”

Mara Jongeneelen, adviseur kwaliteit
Kwaliteit dichter bij de praktijk en minder regeldruk
Mara Jongeneelen, adviseur kwaliteit: Om kwaliteit weer dichter bij de praktijk te brengen en regeldruk te verminderen, werkte Marente in 2024 en 2025 aan een nieuwe, eenvoudiger kwaliteitsaanpak. In samenwerking met Parnas werd een brede analyse gedaan van wet- en regelgeving, richtlijnen en kwaliteitskaders. Via een Delphistudie met zorgprofessionals, cliëntenvertegenwoordigers, beleidsmakers en zorgverzekeraars werd deze informatie aangescherpt en teruggebracht tot een overzichtelijke set van 37 kernthema’s die de essentie van goede zorg weergeven.
“De hoeveelheid regels en richtlijnen in de zorg is enorm. Met de Delphistudie wilden we terug naar de kern: wat vinden professionals en andere betrokkenen écht belangrijk voor goede zorg? Door meerdere rondes van reflectie ontstond steeds meer scherpte en overeenstemming. Uiteindelijk konden we de complexiteit terugbrengen tot een compacte set kernthema’s die teams helpt om kwaliteit te verbeteren zonder te verdwalen in alle regels.”

Mara Jongeneelen, adviseur kwaliteit
Zorginhoudelijke veiligheid
Zorginhoudelijke veiligheid gaat over thema’s die direct risico’s voor cliënten raken, zoals medicatieveiligheid, infectiepreventie, Wzd en valpreventie. Daarom hebben we op meerdere onderwerpen beleid aangescherpt én de toepassing in de praktijk versterkt. Zo hebben we het beleid voor wondzorg, incontinentie en mondzorg geactualiseerd. Hierbij zijn duidelijke afspraken gemaakt over productgebruik, samenwerking met externe partners en digitale ondersteuning voor teams.
Ook hebben we de deskundigheid rond het signaleren van ontspoorde zorg en ouderenmishandeling vergroot. We hebben nieuwe aandachtsfunctionarissen geworven en opgeleid. Zij sluiten vaker aan bij teamoverleggen en bij overleggen met kwaliteitsverpleegkundigen, waardoor signalen sneller worden herkend en het onderwerp beter bespreekbaar is. Dit heeft geleid tot scholingen en praktische verdieping. In de komende periode bouwen we dit verder uit via extra intervisie en begeleiding op de werkvloer.
Daarnaast hebben we het beleid rondom vertegenwoordiging van cliënten volledig herzien. Het maakt helder hoe we vaststellen wie iemand vertegenwoordigt, welke stappen we zetten bij twijfel of verandering en hoe we dit eenduidig vastleggen in het dossier. Daarmee is voor medewerkers, cliënten en naasten duidelijk wie we betrekken en wie beslissingen mag nemen. We hebben de organisatiebrede invoering voorbereid. Na goedkeuring start dit traject in het voorjaar van 2026.
“Een klacht is een puzzel”
Het afgelopen jaar stond opnieuw in het teken van zorgvuldig luisteren, duiden en bemiddelen. Klachten laten zich niet plannen; ze zijn per definitie reactief. Juist daarom is het van waarde dat het merendeel van de meldingen in een vroeg stadium, naar tevredenheid van betrokkenen, is opgelost. Vaak in de lijn, via een gesprek en gerichte afspraken zonder opschaling naar geschillencommissie of tuchtcollege.
“Het is altijd achteraf repareren, maar het feit dat je er oog en tijd voor hebt maakt het verschil.”, Danièle de Vries, klachtenfunctionaris
Wat dit jaar opviel, waren meerdere casussen rond een snel overlijden na opname. Achter klachten over zorg bleek regelmatig een diepere laag te zitten: rouw, schuldgevoel of het gevoel een belofte niet te hebben kunnen nakomen. Door in gesprekken ruimte te maken voor die onderliggende emoties, ontstond erkenning en rust.
Voor het komende jaar ligt de focus op de positionering van de klachtenfunctie binnen de organisatie. Goede, tijdige informatie vanuit management en locaties is essentieel om signalen vroeg te duiden en adequaat te handelen. Daarnaast blijft professionele ontwikkeling een speerpunt. Door onder andere intervisie en scholing, op thema’s als rouw en verlies, wordt de deskundigheid verder verdiept.
De kern blijft echter onveranderd: zorgvuldig het gesprek voeren, ruimte bieden voor emotie en ervoor zorgen dat zowel de klager als de organisatie zich gehoord en serieus genomen voelen.

Danièle de Vries, klachtenfunctionaris
“Een klacht is een puzzel”
Het afgelopen jaar stond opnieuw in het teken van zorgvuldig luisteren, duiden en bemiddelen. Klachten laten zich niet plannen; ze zijn per definitie reactief. Juist daarom is het van waarde dat het merendeel van de meldingen in een vroeg stadium, naar tevredenheid van betrokkenen, is opgelost. Vaak in de lijn, via een gesprek en gerichte afspraken zonder opschaling naar geschillencommissie of tuchtcollege.
“Het is altijd achteraf repareren, maar het feit dat je er oog en tijd voor hebt maakt het verschil.”, Danièle de Vries, klachtenfunctionaris
Wat dit jaar opviel, waren meerdere casussen rond een snel overlijden na opname. Achter klachten over zorg bleek regelmatig een diepere laag te zitten: rouw, schuldgevoel of het gevoel een belofte niet te hebben kunnen nakomen. Door in gesprekken ruimte te maken voor die onderliggende emoties, ontstond erkenning en rust.
Voor het komende jaar ligt de focus op de positionering van de klachtenfunctie binnen de organisatie. Goede, tijdige informatie vanuit management en locaties is essentieel om signalen vroeg te duiden en adequaat te handelen. Daarnaast blijft professionele ontwikkeling een speerpunt. Door onder andere intervisie en scholing, op thema’s als rouw en verlies, wordt de deskundigheid verder verdiept.
De kern blijft echter onveranderd: zorgvuldig het gesprek voeren, ruimte bieden voor emotie en ervoor zorgen dat zowel de klager als de organisatie zich gehoord en serieus genomen voelen.

Danièle de Vries, klachtenfunctionaris
Wet zorg en dwang
Intramuraal is gewerkt aan het versterken van de rol van kwaliteitsverpleegkundigen in het Wzd-proces. Ook is de lay-out van ONS veranderd om het werk te vergemakkelijken en administratieve lasten te verminderen. Er wordt verder verkend hoe het onvrijwillige zorgplan in ONS nog meer kan worden vereenvoudigd.
Binnen Zorg Thuis hebben we de aanpak rond de Wzd verder opgebouwd. We organiseerden een inspiratiedag, is in alle teams besproken en we maakten regionale afspraken en werkten een concept Wzd-beleid voor Zorg Thuis uit. In aanloop naar de invoering per 1 april 2026 zien we ook wat nog geregeld moet worden, zoals goede samenwerking in het dossier en de juiste inrichting van ONS. De komende periode ligt de nadruk op scholing en op een tijdelijke werkgroep die teams praktisch ondersteunt bij de invoering.
Hygiëne, infectiepreventie, medicatieveiligheid
Bij hygiëne en infectiepreventie hebben we het schoonmaakproject afgerond. We maakten nieuwe afspraken met het externe schoonmaakbedrijf, pasten het protocol Reiniging en Desinfectie aan en starten per 1 januari 2026 met de nieuwe schoonmaakcyclus. MUIZ-meldingen, geactualiseerde protocollen en audits geven zicht op uitbraken en verbeterpunten; locaties pakken deze verbeterpunten op. We richten ons nu op het opnieuw activeren van aandachtsvelders en hygiënecontactpersonen in Zorg Thuis, gerichte scholing en audits en het vergroten van de vaccinatiebereidheid.
Bij medicatieveiligheid hebben we aandachtsvelders en kwaliteitsverpleegkundigen getraind in opiatenbeheer via Medimo en het project optimalisatie van het medicatieproces afgerond. We zetten vervolgstappen in om het proces verder te verbeteren, zoals minder toedientijden, betere beveiliging van medicijnruimtes en het verkennen van een koppeling met signaleringsplannen. De audits zijn gestart; op twee locaties stond medicatieveiligheid onder druk en zijn direct acties ingezet, met herhaalaudits gepland. Ook werken we toe naar één medicatiesysteem om inzetbaarheid te vergroten en het beheer te vereenvoudigen.
Reflectie op deze bouwsteen
Marente heeft de aanpak voor inzicht in kwaliteit verder uitgewerkt. We vernieuwden het kwaliteitsbeleid naar 37 kernthema’s, ontwikkelden een assessmenttool en dashboard en testten die in hospices en op één intramurale locatie; de gefaseerde invoering volgt, met tussentijdse evaluaties. Tegelijk maakten we veiligheidsinformatie beter bruikbaar door meldformulieren aan te passen, het onderscheid tussen MIC en MIM te verduidelijken en signalen uit klachten scherper te duiden. Ook hebben we privacy en informatiebeveiliging versterkt en beleid op zorginhoudelijke veiligheid geactualiseerd, ondersteund door audits en scholing. Tegelijk blijft de kernopgave om de uitvoering eenduidiger en minder kwetsbaar te maken: het onderscheid tussen meldsystemen vraagt blijvende verduidelijking, klachten tonen dat communicatie en verwachtingsmanagement onder druk snel kwetsbaar worden en verschillende domeinen vragen borging in systemen, beschikbaarheid en opvolging.

Op zoek naar passende zorg of heeft u andere vragen?
Bel 071 409 33 33
Of wilt u liever een bericht sturen?